Textende vertrouwenspersoon: verarming of verrijking?
Van oudsher vinden opvanggesprekken met medewerkers door vertrouwenspersonen face-to-face of soms (als het niet anders kan of uit praktische overwegingen) telefonisch plaats. In de periode van de Corona-crisis is een nieuwe manier van contact met de vertrouwenspersoon, het beeldbellen, omarmd. En nu… nu staan we aan de vooravond van een nieuwe trend.
De aankomende generatie, geheel opgegroeid in het digitale tijdperk (Gen Z), lijkt in toenemende mate behoefte te hebben aan chatcontacten met de vertrouwenspersoon. Face-to-face contacten kosten veel tijd en bellen vinden deze cliënten soms eng. Dit komt naar voren tijdens intervisies met vertrouwenspersonen van organisaties waar veel jonge medewerkers werken. Texting/textmessaging lijkt voor deze jonge medewerkers een laagdrempelige en efficiënte manier om contact te hebben met een vertrouwenspersoon, waarbij ze vanuit hun eigen veilige omgeving, op momenten dat hun uitkomt, contact kunnen hebben.
Nu bestaat er natuurlijk al ervaring met e-therapie waarbij cliënten via chat met een psycholoog in contact staan en de psycholoog vragen kan stellen en opdrachten kan geven. Bij de vertrouwenspersoon omgangsvormen gaat het echter niet om therapie, maar om opvang. Opvanggesprekken zijn niet zo zeer bedoeld om informatie uit te wisselen, maar om emoties te uiten. Daarbij is non-verbale communicatie van groot belang.
Bij face-to-face gesprekken kan de vertrouwenspersoon de cliënt volledig zien en horen. Hoe een cliënt binnenkomt, erbij zit, ook het onrustig tikken met een voet, kan al informatie geven die voor het verloop van het gesprek van belang kan zijn. Bij beeldbellen gaat al een deel van de non-verbale communicatie verloren, maar kan de vertrouwenspersoon de non-verbale informatie nog in het gelaat aflezen. Bij bellen valt het visuele aspect van de communicatie volledig weg en zal een vertrouwenspersoon goed moeten letten op de ademhaling, de stiltes in het gesprek. Bij texting valt de non-verbale communicatie (met uitzondering van emoji’s ) helemaal stil en is de vertrouwenspersoon afhankelijk van de mate waarin de cliënt in staat is de emoties onder woorden te brengen.
Wat vinden we hier als vertrouwenspersonen van? Is texting een geschikt medium dat naast de andere communicatiekanalen beschikbaar moet worden gesteld? Kan het het persoonlijk contact geheel vervangen? Wat zijn de voor- en nadelen van deze communicatiemethode voor vertrouwenspersonen?
Reacties graag op LinkedIn

